Oorzaken van urine-incontinentie

Incontinentie kunnen vele oorzaken hebben. In totaal zijn er wel zo’n 100 à 150 oorzaken te onderscheiden voor een van de verschillende vormen van incontinentie. We geven hier geen compleet overzicht van alle oorzaken, alleen de belangrijkste. Afhankelijk van de oorzaak stelt een arts een behandelplan op. De arts kan u samen met de continentieverpleegkundige adviseren over de te gebruiken hulpmiddelen.

Voorbeelden van oorzaken zijn:

•   Verzwakte bekkenbodemspieren
•   Een neurologische aandoening
•   Een operatieve ingreep
•   Overige oorzaken

Verzwakte bekkenbodemspieren

Na een bevalling kan het gebeuren dat de bekkenbodemspieren niet meer goed werken, waardoor ongewenst urineverlies ontstaat. Dit kan ook gebeuren door hormonale veranderingen als gevolg van de menopauze of door een te hoog lichaamsgewicht. Doordat u de bekkenbodemspieren niet meer goed kunt aanspannen, kan de blaas niet goed afgesloten worden. Als de bekkenbodemspieren niet goed aangespannen zijn kan er bijvoorbeeld bij hoesten, niezen, persen, bukken, sporten en/of andere bewegingen urineverlies optreden.

Een verzakking is een veel voorkomende oorzaak. Het houdt in dat de blaas, de vagina of de baarmoeder niet meer goed op hun plek zitten en daardoor continentieproblemen kunnen veroorzaken. Dat kan incontinentie zijn, waardoor ongewild urineverlies optreedt als de blaas te vol of de druk in de blaas te groot wordt. Het kan ook voorkomen dat de plasbuis knikt, waardoor de urine juist niet goed kan weglopen. Het plassen is hierdoor juist moeilijk. In dat geval gaat het om retentie: het vasthouden van de urine.

Een neurologische aandoening

Ongewild verlies van urine heeft vooral te maken met de werking van en samenwerking tussen het systeem van spieren, zenuwen en de blaas. Bijvoorbeeld door vaatafwijkingen, een ongeval (dwarslaesie), hernia, Multiple Sclerose of een aangeboren afwijking (‘open rug’) kunt u een beschadiging aan de zenuwen oplopen. De zenuwen kunnen de blaas en de sluitspieren dan niet of niet goed besturen of samen laten werken, waardoor het plassen niet goed te regelen is. U voelt bijvoorbeeld geen aandrang en de blaas trekt zich op onvoorspelbare momenten samen.

Ook door bijvoorbeeld een hersenbloeding of herseninfarct kan ongewild urineverlies optreden, terwijl de blaas en de sluitspier op zich goed werken. De gedeelten in de hersenen die zorgen voor de controle op de urinewegen zijn dan beschadigd.

Een operatieve ingreep

Bij urologische operaties en operaties in de onderbuik kan een zenuwbeschadiging optreden, die tijdelijk of blijvend is. Dit kan incontinentie of retentie (zie Katheterzorg) tot gevolg hebben. Vrouwen die last hebben van stressincontinentie (inspannningsincontinentie) krijgen soms een (TVT) bandje. Als dit te strak wordt gezet kan het gebeuren dat iemand niet meer spontaan kan plassen, en moet katheteriseren om de blaas te legen (zie Katheterzorg).

Overige oorzaken

Bij mannen kan incontinentie ontstaan door een vergrote prostaat. Doordat de prostaat de plasbuis gedeeltelijk dichtdrukt, kan de man niet meer goed uitplassen. Gevolg is dat er steeds meer urine in de blaas achterblijft. Dit heeft een overvolle en overrekte blaas tot gevolg, die overloopt (overloopincontinentie). Er vloeien in dat geval steeds kleine beetjes urine weg.

De blaas kan ook overactief zijn: dan trekt de blaas ongewild samen bij kleine prikkels, ook als deze maar een kleine hoeveelheid urine bevat. De ongewenste samentrekkingen veroorzaken zo’n hoge druk in de blaas, dat het afsluitmechanisme van de blaas de urine niet kan tegenhouden, waardoor iemand urine verliest. Dat varieert van een beetje tot de volledige blaasinhoud. Een blaasontsteking is de bekendste oorzaak.  Interstitiële cystitis ofwel het blaaspijnsyndroom lijkt hierop: de blaas is chronisch geïrriteerd, maar er is geen bacteriële infectie. De blaas is wel overactief. Andere oorzaken zijn: bestraling van het bekken (bijvoorbeeld bij de behandeling tegen baarmoederhalskanker), blaastumoren, blaasstenen en neurologische afwijkingen. Het drinken van te veel koffie en eten van chocola kunnen de klachten doen toenemen.

Bij ernstige ontstekingen, zoals tuberculose, een chronische ontsteking, uitgebreide bestraling of bepaalde neurologische aandoeningen is de blaas soms te klein en/of te stug. De blaas kan de urine dan niet goed opslaan, waardoor iemand de plas niet enkele uren kan ophouden. De blaas is dan al bij een kleine hoeveelheid urine vol en kan niet verder uitrekken.

Het gebruik van medicijnen kan het urineverlies doen toenemen. Door het gebruik van plastabletten kunnen de urinewegen overbelast raken, omdat in korte tijd veel extra urine geproduceerd wordt. Bij het gebruik van kalmerende middelen kan het voorkomen dat u het gevoel van aandrang niet op tijd herkent. Soms is urineverlies een bijwerking bij het gebruik van bepaalde antidepressiva.

Mediq CombiCare maakt gebruik van cookies.

Om de website van Mediq CombiCare goed te laten werken en u de beste online ervaring te bieden, gebruiken we analytische en functionele cookies.