Ik wil zoveel mogelijk zelf doen!

Elly Kraan werd getroffen door een ruggenmerginfarct. Van de een op andere dag kon Elly niet meer lopen. Een enorme klap, maar haar positieve levenshouding hield haar overeind. Zij wil vooral verder met haar leven en is daarmee een inspiratiebron voor andere rolstoelgebruikers. “Ik vind het prachtig om hen in beweging te krijgen. Soms hoor je wel: ‘Maar ik kan niets meer’. Dan zeg ik: ‘Ben je mal, moet je kijken wat je allemaal nog wél kunt’. Dat motiverende, het zal de juf in mij zijn”, concludeert ze zelf glimlachend.

 

Wat kun je over jezelf vertellen?

“Van oorsprong ben ik kleuterleidster. Ik heb groep 1/2 van de basisschool altijd de leukste groep gevonden. Dit jaar besefte ik me dat ik al 40 jaar juf ben! Ik heb een zoon en een dochter, zij zijn inmiddels het huis uit en wonen samen met hun partners niet ver hiervandaan. Verder ben ik altijd sportief geweest. Tot de geboorte van de tweede speelde ik hoofdklasse waterpolo. Later hield ik met fitness en zumba mijn conditie op peil. Fietsen heb ik altijd een aangename bezigheid gevonden. Vroeger met de kinderen rond de Reeuwijkse Plassen, later met vriendinnen verder weg.”

 

Op 5 juni 2014 werd je opgenomen in het ziekenhuis. Wat gebeurde er?

“Om kwart over vijf ’s ochtends werd ik wakker van de pijn in mijn rug en aan de achterkant van mijn benen. Het voelde heel raar en werd steeds erger, ondanks wrijven en draaien. Ik wilde naar het toilet. Daar heb ik me bijna naartoe gesleept, het lukte nog nét. Terug op bed liet ik me achterover vallen, maar ik kreeg mijn benen niet meer mee. Met mijn handen moest ik ze in bed tillen. Toen had ik wel in de gaten dat het echt mis was. Tot op zekere hoogte dan. Ik dacht: ‘Er knelt gewoon ergens iets. Het komt wel goed’. Gelukkig had ik een telefoon naast mijn bed.”

 

Wie heb je gebeld?

“Een vriendin die zelf verpleegkundige is. Zij schrok en zei dat ik de huisarts moest bellen. Een assistente vroeg of ik in acute nood was. Ik vond van wel, zei ik. Desondanks arriveerde de huisarts pas om elf uur. Hij deed een paar testjes en ik zag hem schrikken. Een beetje in zichzelf mompelde hij: ‘Het lijkt wel een dwarslaesie’. Al snel werd de ambulance gebeld, maar zij wilden geen risico nemen door mij over de trap naar beneden te vervoeren. Uiteindelijk ben ik met behulp van een brandweerauto via het slaapkamerraam naar beneden getakeld. In het ziekenhuis volgden diverse tests en maar liefst drie MRI’s. ’s Avonds om zes uur lag ik pas op zaal. Dat was een heftige dag.”

 

Wanneer hoorde je de uitslag van de tests?

“De volgende morgen kwam een dokter aan mijn bed tijdens zijn ronde. Hij zei plompverloren: ‘Nou, u begrijpt zeker wel dat u nooit meer kunt lopen?’ Dat was een enorme schok. Ik bleek een incomplete dwarslaesie te hebben vanwege een bloedprop, ter hoogte van wervel T10. Tot navelhoogte ben ik verlamd. Niet volledig; ik heb nog wel gevoel van aanraking. Al ervaar ik het anders, meer prikkelig. De aansturing van spieren was helemaal weg. Een week later kon ik gelukkig al terecht in revalidatiecentrum De Hoogstraat in Utrecht. Ik was heel blij dat er ruimte was.”

 

Was je er al klaar voor om te revalideren?

“Natuurlijk kreeg ik een klap toen ik het hoorde. Maar ik ben altijd positief, want ik wil wel verder met mijn leven. In het revalidatiecentrum vroegen ze naar mijn doel. Ik antwoordde: ‘zelfstandig kunnen leven’. Eerst leerde ik zitten met behulp van de tillift. Ik kan je vertellen: de eerste keer ben je na een kwartier doodop! Ook je bloedsomloop moet zich aanpassen aan de zithouding wanneer de spieren geen tegendruk meer geven. Ik was incontinent en moest mijzelf katheteriseren en darmspoelen aanleren. Stapje voor stapje ging het beter. Ik greep alle trainingsmogelijkheden aan. Vanwege mijn sportachtergrond heb ik een echte doorzettersmentaliteit. Na een maand kon ik mijn linker teen bewegen. Inmiddels kan ik mijn linkerbeen wat meer bewegen en iets belasten, wat handig is bij transfers. Dan zie je dat trainen helpt!”

 

Wanneer mocht je weer naar huis?

“Na vier maanden. In feite mag je naar huis wanneer je het plassen en poepen weer onder controle hebt. Die allereerste nacht thuis is mijn dochter blijven slapen. Gelukkig ging het goed, maar daarna viel ik in een gat. In het revalidatiecentrum kun je namelijk iedere dag trainen en zijn er hulpmiddelen. Matten om te leren omrollen of schuiven, voorzieningen voor krachttraining, etc. Thuis niet. Er is geen aangepast toilet, je tobt met ruimtegebrek, de badkamer is op de eerste verdieping waar je niet kunt komen. Je wilt van alles doen maar het gaat niet, je bent volledig afhankelijk van anderen. Wat me daarnaast opviel was al het regelwerk. Voor medicijnen, de wet maatschappelijke ondersteuning, de taxitransfers. Het duurde ruim drie maanden voordat ik mijn eigen rolstoel kreeg. Dat was een heel lastige periode.”

 

En de continentiezorg?

“Ik heb ’s nachts last van spasmen, waardoor ik af en toe urine verlies. Ook tijdens transfers verlies ik beetjes urine, vanwege de spanning die je daarmee op je blaas zet. Van de bekkenbodemtherapeut heb ik oefeningen gekregen, maar urodynamisch onderzoek wees uit dat ik onvoldoende met mijn spierkracht kan uitrichten. Daarom heb ik van de continentieverpleegkundige in het ziekenhuis broekjes gekregen voor de nacht. Daar slaap ik rustiger en beter mee. Overdag maak ik gebruik van een inlegger. Het is wel lastig, want ik voel hem zitten.”

 

Heb je het gevoel dat je de controle zelf weer in handen begint te krijgen?

“Over een paar weken krijg ik een aangepaste woning en dat maakt het wel makkelijker. Zelfredzaamheid is zó belangrijk! Je moet toch al zoveel vragen aan anderen. Ik wil alles zoveel mogelijk zelf doen, van wassen en strijken tot eten koken en boodschappen doen. Wanneer je jezelf kunt wassen en aankleden geeft dat al zoveel vrijheid! Je kunt dan zelf bepalen hoe laat je opstaat of naar bed gaat. Ook kan ik dan zelfstandig mijn handbike pakken om lekker buiten te fietsen.”

 

We hebben vernomen dat je met de handbike een bijzondere prestatie hebt geleverd!

“Vanuit de revalidatiecentra werd afgelopen mei voor de derde keer de Handbike Battle georganiseerd. Het idee is om mensen met een dwarslaesie of een amputatie meer te laten bewegen.” Lachend: “Ik ben fanatiek, dus ja, ik wilde wel mee naar Oostenrijk. De sfeer bleek gewéldig! Je bent er met gelijkgestemden en wordt begeleid door mensen uit het revalidatiecentrum. Je bent daar een week, traint met elkaar en daarom daag je elkaar uit om net even wat verder te gaan. 87 handbikers deden mee. De start is wel een heel bijzondere ervaring. Om de twee minuten start er een groepje bikers van dezelfde categorie. De burgemeester geeft het startschot en dan schuif je een rij door. Daarmee wordt de spanning tussentijds flink opgebouwd. Als het aftellen opnieuw begint en je bent aan de beurt, giert de adrenaline door je lijf.”

 

Wat is je het meest bijgebleven?

“Het samen doen. Met z’n allen de berg op. En natuurlijk al het publiek en de supporters die met de mensen zijn meegekomen. Mijn tweelingzus, mijn zwager en twee vriendinnen stonden ook met een spandoek langs de lijn. Bij de haarspeldbochten krijg je het echt zwaar, maar je wordt letterlijk omhoog geschreeuwd. Het laatste stuk lopen er mensen met je mee richting de finish. Het is echt fantastisch! Ze hadden mijn tijd geschat op vijf uur, maar ik heb het gered in 3 uur en 59 minuten. Een unieke, prachtige ervaring. Ik ben heel blij dat ik dat heb gedaan.”

 

Wat heeft die berg in Oostenrijk jou nog meer gebracht, naast een mooie ervaring?

“Ze zeggen dat iemand met een dwarslaesie naar verhouding meer moet sporten dan een ander. Trainen voor de Handbike Battle gaf mij niet alleen een doel, maar bracht mij ook in een goede conditie. Toen ik over de finish kwam had ik een gevoel van overwinning. De uitdaging aangaan en halen heeft me meer zelfvertrouwen gegeven. Ik handbike nu nog steeds, twee á drie keer per week een kilometer of 40. Dat brengt ritme in mijn leven. Hetzelfde geldt voor werk. Helaas kan ik in de rolstoel niet meer mijn oude baan als kleuterleidster oppakken. Maar ik kan wel twee ochtenden in de week helpen als vrijwilliger in de klas. Ik vind het zo leuk om met die kinderen bezig zijn, ik kan het niet missen. In de toekomst kan ik hopelijk iets binnen het onderwijs blijven doen, wellicht met subsidie. Een vast stramien is belangrijk, het geeft houvast aan je leven.”

 

Welke tips zou je lotgenoten willen meegeven?

“Drie dingen. Zorg allereerst dat je lichamelijk in de best mogelijke conditie bent. Voor je eigen weerstand en je onafhankelijkheid. Ten tweede: het is goed als er dingen in je agenda staan. Bijvoorbeeld op de ene dag zwemmen en op de andere dag werken. Daarmee kun je iets betekenen voor jezelf en voor een ander. En ten slotte vind ik dat je altijd eerlijk en open moet zijn. Vraag gewoon om hulp wanneer je op visite bent en je moet naar het toilet. Of wanneer je op je werkplek een aangepaste wc-bril nodig hebt om jezelf gemakkelijker te kunnen katheteriseren. Wanneer je zelf open bent durven andere mensen er ook over te praten. Dan is het geen probleem meer. Dan wordt het gewoon.”


Mediq CombiCare maakt gebruik van cookies.

Om de website van Mediq CombiCare goed te laten werken en u de beste online ervaring te bieden, gebruiken we analytische en functionele cookies.