Mediq CombiCare maakt gebruik van cookies.

Om de website van Mediq CombiCare goed te laten werken en u de beste online ervaring te bieden, gebruiken we analytische en functionele cookies.

{{Message}}

Interview met Margo Weerts- verschenen in ons blad .CC Continentiezorg december 2016

Het was minister Schippers van VWS zelf, die aan de hand van signalen uit het veld een onderzoek lanceerde. Hoe is de kwaliteit van de hulpmiddelenzorg? Welke keuzevrijheid heeft men in producten? En hoe sterk is de positie van de patiënt? Het antwoord: er is op alle vlakken ruimte voor verbetering. Een oordeel dat door de partijen in het zorgveld wordt erkend. “Gelukkig”, zegt Margo Weerts, aangesteld als voorzitter van de werkgroep Kwaliteitsverbetering Continentie Hulpmiddelen. “Het is fijn dat deze mensen heel veel tijd en energie beschikbaar willen stellen om de situatie voor mensen met continentieproblemen te verbeteren.

In maart 2016 bent u begonnen als voorzitter van de werkgroep. Wat is uw eigen achtergrond?

Ik heb 20 jaar gewerkt als directeur van patiëntenorganisaties, waaronder de Hart & Vaatgroep. Vanuit die hoedanigheid had ik veel contact met patiënten, cardiologen, leveranciers van zorgproducten, zorgverzekeraars en ander partijen. De hier opgedane kennis en ervaring komt sinds 2016 tot uiting in de organisatie Verbinden met Zorg, die ik run met een compagnon. Ons uitgangspunt is om partijen bij elkaar te brengen, hen te laten samenwerken om vraagstukken in de zorg op te lossen. Wat betreft de genoemde werkgroep: het is belangrijk om iemand die geen belangen heeft in de sector dit proces te laten begeleiden.

Wie zitten er nog meer in?

De werkgroep voor continentiehulpmiddelen is heel omvangrijk. Er zijn meer dan 20 mensen bij betrokken. Zij komen vanuit de beroepsvereniging van verpleegkundigen, er zijn vertegenwoordigers van fabrikanten en leveranciers van hulpmiddelen, en namens de patiënten zijn de Stichting Bekkenbodem Patiënten, de Incoclub en de Dwarslaesie Organisatie Nederland bij ons aangesloten. Verder zijn er vijf zorgverzekeraars en ook de apothekers zijn vertegenwoordigd. De toezichthouders zijn er ook, maar zij ontwikkelen niet mee aan de richtlijnen.

Wat is jullie opdracht?

“Maak richtlijnen op basis waarvan de patiënten passende hulpmiddelen krijgen. Het onderzoek wees uit dat de huidige kwaliteit, keuzevrijheid en de positie van de patiënt voor verbetering vatbaar zijn. Die zaken willen we met behulp van richtlijnen aanpakken. Tegelijkertijd kan de zorgverzekeraar hierop zijn inkoop afstemmen. We streven ernaar om alles begin 2017 klaar te hebben, en doen er alles aan om geen achterstand op te lopen. De richtlijn zal worden meegenomen voor de zorginkoop 2018, maar kan in 2017 al worden gebruikt.

Wat voor een stemming heerst er tijdens de gesprekken?

Iedereen ziet het belang van de kwaliteitsslag. Tegelijkertijd wil men de doelmatigheid van de voorgeschreven producten niet verliezen, ook vanwege de kosten. Ons werk moet tegemoet komen aan de zorgvraag van de patiënt. We willen iets ontwikkelen waar hij of zij goed mee geholpen is, waar de zorgverlener goed mee kan werken – dus zonder teveel administratieve rompslomp – en waar de zorgverzekeraar mee uit de voeten kan. De richtlijn moet zich binnen die driehoek bevinden. En dat betekent zoeken naar oplossingen.

Ook Mediq CombiCare is vertegenwoordigd in de commissie Kwaliteitsverbetering Hulpmiddelen, in de persoon van Liesbeth Kok. Wat is haar rol daarin?

Zij heeft een hele prominente rol. Liesbeth brengt als voormalig voorzitter van de beroepsvereniging van continentieverpleegkundigen veel kennis en ervaring in vanuit het perspectief van de verpleegkundigen en van de leveranciers. Zij heeft kennis van het systeem én van de praktijk, waarbij zij zich ook kan verplaatsen in de rol van de zorgverzekeraar om scherp op de kosten te blijven letten. Een toekomstgerichte visie. Zij is iemand die een waardevolle bijdrage levert vanuit een breder perspectief. Iemand die vanuit een helicopterview kan meepraten.

Hoe komen die richtlijnen tegemoet aan kwaliteitsverbetering?

Het gaat erom wie wat doet, voor wie en wanneer. Een voorbeeld: je komt bij een zorgverlener voor jouw continentieprobleem. Er zijn meerdere oplossingen voor dat probleem te bedenken, zoals fysiotherapie of medische hulpmiddelen. Momenteel onderzoeken we wie moet bepalen wat je nodig hebt en hoe een eventueel hulpmiddel verder wordt verstrekt. Wat heb je nodig? Wie levert dat? En hoe controleer je het resultaat? In dat hele proces kunnen duidelijke verbeteringen worden aangebracht.

Schuilt daar niet het gevaar in dat iedereen straks hetzelfde product krijgt?

Het is juist belangrijk om telkens te blijven kijken of het materiaal past bij de situatie van de individuele patiënt. Natuurlijk wordt er naar het medische probleem gekeken, maar ook naar de mens daaromheen. Ben je mobiel? Doe je aan sport? Wat vraagt je werk van je? Je moet wat we noemen ‘functioneringsgericht voorschrijven’. En breder nog: we moeten ook de lijn beschrijven van het proces van voorschrijven. Van het signaleren tot het leveren, en van het geven van instructie tot de evaluatie of je het goede hebt voorgeschreven.

Waarom wordt het zo groots aangepakt?

Niet voor niets bemoeit het ministerie zich ermee. Het gaat om 600.000 mensen in Nederland die last hebben van continentieproblemen. Niet alleen is het voor ieder van hen afzonderlijk belangrijk om de juiste zorghulpmiddelen te krijgen, het is ook van breed maatschappelijk belang om het juiste te leveren, zodat je geen problemen creëert verderop in de zorgketen. De Engelsen hebben een mooie spreuk: penny wise and pound foolish. Dat wil zeggen: kleine besparingen aan de ene kant kunnen tot grote kosten elders leiden. Om dat te voorkomen moet je verder kunnen kijken dan je eigen straatje.

Wat is u persoonlijk opgevallen als nieuweling in het veld van de continentiezorg?

Incontinentie is geen ziekte. Het is een beperking, vaak het gevolg van ziekte, ouderdom of iets anders. Daardoor is er voorheen geen ketenzorg op ingericht. Daar zetten we nu de eerste stap mee en dat is een grote winst. Er is aanzienlijke betrokkenheid van alle partijen, maar bij het zoeken naar overeenstemming zal iedereen een beetje water bij de wijn moeten doen, want het gaat natuurlijk ook om beheersing van uitgaven. Maar er moet ook ruimte blijven om innovatieve, nieuwe producten te kunnen leveren als die effectiever zijn. Daar is iedereen zich gelukkig van bewust, men is van goede wil.

Hoe vertaalt uw werk zich uiteindelijk naar de gebruikers van continentiematerialen?

Twee zaken zullen merkbaar worden. Ten eerste: er zal veel meer oog zijn voor de persoonlijke situatie van de patiënt. Ten tweede: er komt een systematische, regelmatige evaluatie of het hulpmiddel nog wel doet wat het moet doen. Op incontinentie rust bij veel mensen taboe en er is veel verborgen leed bij patiënten. Zij zullen ervaren dat in de toekomst meer service wordt geboden. En dat er meer mogelijkheden komen om er melding van te maken wanneer dit niet het geval is. Ik vertrouw erop dat het systeem rondom de continentiehulpmiddelen daadwerkelijk beter, effectiever en sneller zal worden.

Wat hoeven mensen niet te verwachten?

Het is helaas onmogelijk om aan 600.000 mensen individueel maatwerk te leveren. Dat hoeft ook niet. We zullen het systeem zoveel mogelijk moeten aanpassen met behulp van clustering, maar mét oog voor de persoonlijke situatie van mensen.”

Wat mogen de mensen wél verwachten?

Er is een belangrijke stap genomen in het streven om de zorg toegankelijk en bereikbaar te houden en verbeteringen in de continentiehulpmiddelenzorg door te voeren. Dit is echt hét moment om dat te doen! Alle partijen, inclusief minister Schippers, hebben zich gecommitteerd. Het zal hard werken worden, maar ik heb er alle vertrouwen in dat al dat harde werken mooie resultaten op zal leveren.